VMR blokje




Kennis­netwerk voor milieu-, water- en natuur­beschermings­recht 

Wet zorgplicht kinderarbeid, een stap richting concretisering van due diligence voor ondernemingen

Geplaatst op 06-02-2018  -  Categorie: Columns Mondiale duurzaamheid en recht  -  Auteur: Marga Robesin

Vlak voor Kerst 2017 zou de Eerste Kamer stemmen over het initiatiefvoorstel voor een Wet zorgplicht kinderarbeid. Op 19 december is de tweede termijn van de plenaire behandeling van het voorstel echter op verzoek van initiatiefneemster Kuiken aangehouden.[1]

Wereldwijd zijn er 152 miljoen kinderarbeiders vanaf 5 jaar, volgens cijfers van de International Labour Organization (ILO) uit 2017.[2] Het wetsvoorstel introduceert een zorgplicht om kinderarbeid bij de totstandkoming van producten of diensten te voorkomen. Deze zorgplicht geldt voor elke in Nederland of daarbuiten gevestigde onderneming die goederen of diensten aan Nederlandse eindgebruikers verkoopt of levert.[3]

Een onderneming betracht volgens artikel 5 van het voorstel ‘gepaste zorgvuldigheid’ (due diligence) als ze

  • onderzoekt of er een redelijk vermoeden bestaat dat haar goederen of diensten met behulp van kinderarbeid tot stand zijn gekomen,
  • in geval van zo’n vermoeden, een plan van aanpak vaststelt en uitvoert, en
  • een verklaring aan de toezichthouder stuurt dat ze aan deze verplichtingen voldoet (artikel 4).

Een onderneming voldoet ook aan de zorgplicht wanneer ze goederen en diensten afneemt van een leverancier die daarvoor een verklaring op grond van artikel 4 heeft afgegeven.

Voor het onderzoek maakt een bedrijf gebruik van bronnen die voor de onderneming redelijkerwijs kenbaar en raadpleegbaar zijn.[4] Verder moet het bedrijf bij het onderzoek en het opstellen van het plan van aanpak nadere eisen in acht nemen, die bij of krachtens algemene maatregel van bestuur zullen worden gesteld met inachtneming van de ILO-IOE Child Labour Guidance Tool for Business.[5]

Maatschappelijke organisaties, werknemers- en werkgeversorganisaties kunnen een gezamenlijk plan van aanpak maken. Wanneer dat plan door de minister voor Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking is goedgekeurd voldoet een onderneming die conform dat plan van aanpak handelt, aan de eis van gepaste zorgvuldigheid.[6]

De nog aan te wijzen toezichthouder publiceert de verklaringen in een openbaar register op zijn website.[7]

Iedereen die vindt dat zijn of haar belangen zijn geraakt door het doen of laten van een onderneming bij de naleving van deze wet, kan daarover een klacht indienen.[8] Artikel 7 van het voorstel biedt de mogelijkheid een bestuurlijke boete op te leggen en overtredingen zijn ook strafbaar gesteld, indien in de vijf jaar voorafgaand aan de overtreding een bestuurlijke boete is opgelegd voor eenzelfde overtreding door de onderneming, begaan in opdracht van of onder feitelijke leiding van eenzelfde bestuurder.[9]

De scope van dit wetsvoorstel is beperkt tot kinderarbeid en de verplichtingen voor de ondernemers gaan niet verder dan het doen van onderzoek, het eventueel maken van een plan van aanpak en het sturen van een verklaring aan de toezichthouder. Toch is het voorstel een belangrijke stap richting concretisering van de ‘due diligence’ verplichting van bedrijven in internationale handelsketens, ook op milieugebied. Voor zover mij bekend is het namelijk een eerste invulling van de aanbevelingen van Utrechtse onderzoekers uit 2015 om vanuit Nederland ‘actief aan te dringen op verdere implementatie van de responsibility to respect door een bredere kring van ondernemingen, zo nodig middels meer dwingende regelgeving’ en ‘te kijken naar manieren om de grenzen van het huidige recht te verleggen waar het gaat om de zorgplichten van Nederlandse internationaal opererende ondernemingen ten aanzien van mens en milieu in gastlanden.’[10]

Tijdens de deskundigenbijeenkomst over het voorstel in de Eerste Kamer stelde Suzan van der Meij (MVO Platform) naar mijn mening terecht: ‘Het hele concept van due diligence is nog in ontwikkeling. Dus het mooie en echt elegante wat deze wet in zich heeft, is: laten we beginnen met een overzichtelijk onderwerp en kijken welke ervaringen we opdoen op dit gebied en laten we vanuit daar dan beschouwen of uitbouwen nuttig en nodig is of dat er misschien allerlei aanpassingen nodig zijn.’[11]

Tegelijkertijd blijkt inmiddels dat due diligence bepalingen inzake het tegengaan van illegale houtkap in staat zijn om Nederlandse bedrijven er toe te brengen geen 'fout hout' meer te accepteren van hun leveranciers.[12]

De behandeling van het wetsvoorstel is aangehouden omdat de initiatiefneemster eerst nog wil reflecteren op nieuwe informatie van de kant van de minister die niet eerder met haar was gedeeld.[13] Op dit moment (begin februari 2018) is nog niet bekend wanneer de behandeling van het wetsvoorstel wordt vervolgd. Hopelijk wordt deze stap in de goede richting voor verduurzaming van handelsketens echt gezet.

Februari 2018, Marga Robesin

[1] https://www.eerstekamer.nl/wetsvoorstel/34506_initiatiefvoorstel_kuiken

[2] http://www.ilo.org/global/about-the-ilo/newsroom/news/WCMS_574717/lang--en/index.htm

[3] Eerste Kamer, vergaderjaar 2016–2017, 34 506, A

[4] Artikel 5, lid 2.

[5] Artikel 5, lid 3.

[6] Artikel 5, lid 4.

[7] Artikel 4, lid 5.

[8] Artikel 3, lid 2.

[9] Artikel 9.

[10] Enneking, Liesbeth & Kristen, F.G.H. & Pijl, Kinanya & Waterbolk, T.A. & Emaus, Jessy & Hiel, M.F.J. & Schaap, A.L.M. & Giesen, Ivo. (2016). Zorgplichten van Nederlandse Ondernemingen inzake Internationaal Maatschappelijk Verantwoord Ondernemen. https://www.researchgate.net/publication/301553176_Zorgplichten_van_Nederlandse_Ondernemingen_inzake_Internationaal_Maatschappelijk_Verantwoord_Ondernemen

[11] Eerste Kamer, vergaderjaar 2016–2017, 34 506, K

[12] W.Th. Douma en A. Tubbing, Ontwikkelingen in de aanpak van fout hout: de actuele stand van zaken rond EUTR en FLEGT, Tijdschrift Milieu & Recht 2017, nr. 10, p. 900-911

[13] https://www.eerstekamer.nl/verslagdeel/20171219/wet_zorgplicht_kinderarbeid_4