VMR blokje




Kennis­netwerk voor milieu-, water- en natuur­beschermings­recht 

CETA: een stap voor- of achteruit voor duurzame handel?

Geplaatst op 01-01-2017  -  Categorie: Columns Mondiale duurzaamheid en recht  -  Auteur: Marga Robesin

TTIP en CETA werden in het afgelopen jaar (2016) bekende (of beruchte) afkortingen. Volgens onze rijksoverheid zal de Brede Economische en Handelsovereenkomst CETA[1] de handel tussen Canada en Nederland duurzamer maken en milieubescherming verbeteren.[2] Als dat klopt is het goed nieuws, want CETA wordt wel beschouwd als de nieuwe ‘standaard’ voor volgende handelsverdragen zoals het Trans-Atlantisch Vrijhandels- en Investeringsverdrag (TTIP) met de VS[3].
 
In eerdere columns signaleerden we vooral mogelijke belemmeringen voor pogingen van bedrijven en overheden om handelsketens te verduurzamen, zoals het mededingingsrecht en de WTO regels. Om een concreet voorbeeld te geven, een aantal jaren geleden waarschuwde Greenpeace: ‘Import van houtpellets vreet aan Canadese bossen’.[4]  Stel dat bedrijven vervolgens onderlinge afspraken hadden gemaakt over duurzaamheidseisen aan de inkoop van houtpellets, dan liepen die het risico te stranden wegens strijd met het Europese mededingingsrecht.[5] Een eventueel importverbod door de Nederlandse overheid zou in strijd kunnen zijn met het WTO regime. Wat zijn de mogelijke gevolgen van CETA?
 
Daarover zijn de meningen verdeeld. Op het eerste gezicht lijkt het verdrag inderdaad een steun in de rug. Zo gaat hoofdstuk 22 van de overeenkomst over ‘handel en duurzame ontwikkeling’ en hoofdstuk 24 is gewijd aan ‘handel en milieu’. In artikel 22.3, lid 2 bevestigen partijen dat de handel duurzame ontwikkeling moet bevorderen. Zij zullen daarom ‘handels- en economische stromen en praktijken die bijdragen aan meer fatsoenlijk werk en milieubescherming bevorderen’. Dat doen ze onder meer door ‘de ontwikkeling en het gebruik aan te moedigen van vrijwillige regelingen inzake de duurzame productie van goederen en diensten, zoals milieukeuren en regelingen inzake eerlijke handel’ en door ‘de integratie van duurzaamheidsoverwegingen te stimuleren in besluiten inzake particuliere en overheidsconsumptie.’ Ook wordt een ‘Comité voor handel en duurzame ontwikkeling’ in het leven geroepen.
 
Toch klinkt er veel kritiek. Bijvoorbeeld op de regeling van ‘samenwerking op regelgevingsgebied’ (hoofdstuk 21)[6] en van beslechting van investeringsgeschillen tussen investeerders en staten.[7] Welke gevolgen kunnen die regelingen hebben voor verduurzaming van handelsketens? Tijdens de bijeenkomst op 26 januari a.s. die de VMR samen met HELF en het Asser Instituut organiseert, komt die vraag uitgebreid aan de orde.
 
[1] http://data.consilium.europa.eu/doc/document/ST-10973-2016-INIT/nl/pdf
[2] https://www.rijksoverheid.nl/onderwerpen/ceta-handelsverdrag-met-canada/inhoud/wat-is-ceta
[3] http://trade.ec.europa.eu/doclib/press/index.cfm?id=1230
[4] http://www.greenpeace.org/belgium/nl/nieuws/nieuws/houtpellets-canadese-bossen/
[5] Op dit moment bereidt het ministerie van EZ een wetsvoorstel voor dat het mogelijk maakt duurzaamheidsinitiatieven algemeen geldend te verklaren: Kamerstukken II 2016/17 30196, nr. 480.
[6] Zie bijvoorbeeld het artikel van Delphine Misonne in Elni Review 2016/2, p. 46 – 53.
[7] Zie het artikel hierover van Laurens Ankersmit in Elni Review 2016/2, p. 54 -57.