Kennisnetwerk en discussieplatform
Tot ziens, Chris Backes!
De mussen vielen van het dak op 24 juni 2026, de dag dat prof. Chris Backes (hierna kortweg ‘Backes’) afscheid nam als hoogleraar omgevingsrecht aan de Universiteit Utrecht. Die warmte bleek nog maar het begin van een zomer vol hitterecords, droogte en natuurbranden in Europa. Pijnlijk illustratief voor het onderwerp van Backes’ afscheidsrede, Environmental Law Protecting Planetary and Ecological Boundaries.[1]
Planetaire grenzen ‘geven de ecologische ruimte aan waarbinnen het functioneren van het aardsysteem voldoende stabiel blijft om brede welvaart op termijn te ondersteunen’.[2] Die ruimte is de ‘safe operating space’. Van de negen tot nu toe vastgestelde planetaire grenzen worden er zeven overschreden.[3] In zijn rede focust Backes op de vraag of EU- en nationaal recht voldoende bijdragen aan het tegengaan van overexploitatie van de aarde en zoniet, welke verbeteringen mogelijk zijn.
Op basis van een aantal voorbeelden van EU- en nationale regelgeving concludeert hij dat verbetering hoognodig is. Zoals we dat van hem gewend zijn, doet hij daarvoor concrete suggesties. (Te) kort gezegd stelt hij voor om het respecteren van planetaire grenzen te verankeren in wetgeving; de ‘safe operating space’ op verschillende niveaus meetbaar en afdwingbaar te maken en zo mogelijk te verdelen tussen (groepen van) gebruikers; en meer juridisch onderzoek te doen naar ‘sufficiency’, het begrenzen van de vraag naar producten en diensten.
Het respecteren van planetaire grenzen is een essentiële voorwaarde voor de toekomst van de mensheid, stelt Backes terecht. Op EU verdragsniveau stelt hij daarom voor om de verplichting tot (het streven naar) het binnen de planetaire grenzen blijven te verankeren in artikel 3, lid 3 VEU en het huidige in dat artikel neergelegde streven naar ‘balanced economic growth’ te wijzigen in ‘growth of the well-being’.[4] Naar mijn mening een goed voorstel, maar de toevoeging ‘het streven naar’ maakt de verankering m.i. te zwak, gezien de noodzaak en urgentie van het doel.
Om de verplichting daadwerkelijk door te laten werken in EU-regelgeving en besluiten moet volgens Backes de ‘safe operating space’ van de EU concreet en meetbaar worden gemaakt in een daarvoor geschikte benchmark of ecologische voetafdruk. De beste manier om de EU en de lidstaten ertoe aan te zetten hun aandeel in de huidige overschrijding van de planetaire grenzen te reduceren lijkt hem de vervanging van ‘promoting sustainable development’ in artikel 11 VWEU door een verwijzing naar die ‘safe operating space’ en benchmark.[5]
In lijn daarmee beveelt hij op nationaal niveau aan om artikel 21 Grondwet en artikel 1.3 Omgevingswet aan te vullen met eenzelfde verplichting (het binnen planetaire grenzen blijven).[6] Ik ben het met Backes eens dat wettelijke verankering van de verplichting om de exploitatie van de aarde binnen de planetaire grenzen te brengen en te houden niet genoeg is. Het is inderdaad nodig die handen en voeten te geven door te bepalen wat de milieuruimte is, die zo mogelijk te verdelen over de verschillende groepen gebruikers van die ruimte en over de tijd, en vervolgens toe te delen aan individuele gebruikers.[7]
Meetbaarheid en afdwingbaarheid zijn belangrijk voor de effectiviteit van instrumenten. Het is toe te juichen dat Nederlandse kennisinstellingen onderzoek doen naar de toepassing van de planetaire grenzen in beleid.[8] Goede monitoring, uitvoering en handhaving zijn bovendien cruciaal. Ook Backes’ pleidooi voor meer (juridische) aandacht voor ‘sufficiency’ ondersteun ik van harte.[9] Anders blijft het dweilen met de kraan open.
Aan het eind van zijn rede spreekt Backes de hoop uit dat ‘law protecting planetary and ecological boundaries’ een ‘topical topic’ blijft voor milieujuristen in de komende jaren. ‘For sure it is an important one’. Dat is het zeker, daarom hoop ik op mijn beurt dat Chris Backes zijn bijdrage aan onderzoek en discussie over dit onderwerp zal blijven leveren. Ook binnen de VMR, waarvan hij van 1994 tot 2004 bestuurslid (van 2002-2004 voorzitter) was en van 2017 tot 2026 bestuurslid. Misschien moeten we de huidige VMR werkgroep Mondiale duurzaamheid en recht omdopen in ‘Planetaire grenzen en het recht’?
Auteur: Marga Robesin, lid van de VMR werkgroep Mondiale duurzaamheid en recht
[1] Backes, C., 24 Jun 2026, WJS uitgevers. https://research-portal.uu.nl/en/publications/environmental-law-protecting-planetary-and-ecological-boundaries/
[2] Kersten, K.E et. Al (2025), Naar een raamwerk voor het meten van de impact van de Nederlandse economie op de planetaire grenzen. Den Haag: Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS); Bilthoven: Rijksinstituut voor volksgezondheid en milieu (RIVM), p. 13.
[3] Backes 2026, p. 1.
[4] Backes 2026, p.20.
[5] Backes 2026, p. 21.
[6] Backes 2026, p. 22. In de speciale editie van tijdschrift Milieu en Recht ter gelegenheid van het emeritaat van Backes doet ook Hans Woldendorp een voorstel om artikel 21 te wijzigen, met onder meer een verwijzing naar het beginsel van intergenerationele rechtvaardigheid. Hij pleit voor invoering van constitutionele toetsing en herformulering zodat dit sociale grondrecht daadwerkelijk een subjectief recht van burgers wordt. Woldendorp, H.E. Zelfs een man als ik moet een paar principes hebben. De invoering van constitutionele toetsing en het recht op een schoon, gezond en duurzaam leefmilieu (art. 21 Grondwet). MenR 2026/60, p. 478-485.
[7] Backes 2026, p. 23-24. Hij geeft daarbij als voorbeeld (afnemende) emissiebudgetten voor stikstof. Een enigszins vergelijkbaar voorbeeld zijn gekwantificeerde plafonds in de vorm van ecologisch duurzame maximum water voetafdrukken op het niveau van stroomgebieden. Met een verplichting voor bevoegde overheden om deze plafonds in acht te nemen bij het verlenen van toestemmingen voor het gebruik van water, blijft het watergebruik binnen de draagkracht van het stroomgebied. Zie mijn bijdrage in Duurzame handelsketens en het recht. VMR reeks 2024, p. 45-46.
[8] https://esb.nu/hanteer-planetaire-grenzen-als-leidraad-voor-beleid/
[9] Backes 2026, p. 26.