Kennisnetwerk en discussieplatform

 

Klimaatzaken: waarom compliance noodzakelijk is

Geplaatst op 04-05-2026  -  Categorie: Blogs  -  Auteur: Marleen Velthuis

Inleiding
Tijdens de VMR‑bijeenkomst ‘Klimaatzaken: van vonnis naar verandering’ op 31 maart 2026 hebben we heel uitgebreid gesproken over de ontwikkeling van klimaatzaken. Tien jaar na Urgenda is het klimaatrecht geen randverschijnsel, maar onderdeel geworden van het reguliere juridische speelveld, waarbij nationaal en internationaal diverse zaken aanhangig zijn binnen verschillende rechtsgebieden. Climate litigation zal naar verwachting verder worden aangewakkerd door uitbreidende regelgeving, bijvoorbeeld op het terrein van consumentenrecht.

Wetenschap als fundament voor juridische beoordeling en bewuste keuzes
Ik was onder de indruk van de heldere boodschap van Heleen de Coninck tijdens deze VMR-bijeenkomst. Ze gaf uitleg over klimaatwetenschap en lichtte onder andere toe hoe rapporten van de United Nations’ Intergovernmental Panel on Climate Change (IPCC-rapporten) tot stand komen en hoe dit robuuste proces leidt tot breed gedragen conclusies. Deze achtergrond is relevant voor de beoordeling van klimaatrapportages en voor de vraag welk gewicht aan IPCC-rapporten in juridische procedures kan worden toegekend.

Ook werd opnieuw duidelijk hoe confronterend de conclusies in deze rapporten kunnen zijn. Dat inzicht is evenwel noodzakelijk om te komen tot bewuste keuzes. Niet alleen bij het maken van overheidsbeleid, maar ook bij het maken van keuzes op persoonlijk vlak.

De rol van de ECGT‑richtlijn
Bij het kunnen maken van bewuste keuzes past de Empowering Consumers for the Green Transition (ECGT) richtlijn. Algemene duurzaamheidsclaims, zoals ‘milieuvriendelijk’ of ‘groen’, zonder adequate onderbouwing, zijn niet meer toegestaan vanaf 27 september 2026. Claims moeten vanaf dat moment specifiek, actueel en verifieerbaar zijn. Het is ook mogelijk een milieuclaim te onderbouwen door het gebruik van een keurmerk dat aan de geldende Europese standaard voldoet.

Voor consumenten is dat goed nieuws. Wanneer claims concreter en beter onderbouwd zijn, helpt dat om bewuster te kiezen voor producten en diensten die aansluiten bij wat iemand belangrijk vindt.

Ook voor bedrijven kan dit positief zijn, aangezien concurrenten gebonden zijn aan dezelfde duidelijke regels. Tegelijkertijd betekent dit voor bedrijven dat communicatie over duurzaamheid niet los kan worden gezien van een structureel proces van monitoring, verificatie en interne controle. Is er voldoende onderbouwing beschikbaar om de verschillende milieuclaims op te kunnen (blijven) baseren? Hoe ga je om met intentieverklaringen die je als bedrijf mogelijk toch niet kan halen? En wat als je het ESG-beleid wijzigt?

Bij alles geldt dat transparantie, tijdige toelichting en duidelijke communicatie cruciaal zijn om juridische risico’s te beheersen.

Handhavingsrisico
Het hanteren van onjuiste of onvoldoende onderbouwde claims kan worden gezien als ‘greenwashing’. Hierbij bestaat niet alleen de kans op civiele (massa)claims, maar ook op bestuursrechtelijke handhaving door toezichthouders of zelfs strafrechtelijke vervolging door het Openbaar Ministerie.

Strafrechtelijke vervolging kan bijvoorbeeld plaatsvinden op grond van vermeende valsheid in geschrifte (art. 225 Sr). Bij de inzet van het strafrecht is terughoudendheid passend. Dat is wat mij betreft zeker het geval wanneer in redelijkheid discussie kan bestaan over de vraag of er voldoende onderbouwing bestaat voor een bepaalde milieuclaim. Het strafrecht zal voorbehouden moeten blijven voor zaken waarbij sprake is van het doelbewust geven van een onjuiste voorstelling van zaken. Indien achteraf blijkt dat een bepaalde groene doelstelling niet is behaald of dat een onderbouwing achteraf bezien onvoldoende is gebleken, hoeft dat niet te betekenen dat opzettelijk een onjuiste claim is gedaan. Dat vergt een zorgvuldige beoordeling van het Openbaar Ministerie voordat een besluit tot vervolging wordt genomen.

Compliance is noodzakelijk
Om het risico voor bedrijven op civielrechtelijke aansprakelijkheid of handhaving te beperken, is het noodzakelijk om zorgvuldig de toepasselijke regels in kaart te brengen en toe te passen. Dit vereist een consistent beleid, waarbij uitlatingen waarin groene claims zijn opgenomen doorlopend getoetst worden op aansluiting bij de beschikbare onderbouwing. Bedrijven die trots zijn op hun groene intenties moeten oppassen met ongenuanceerde en onvoldoende onderbouwde uitlatingen. Dat vergt een doorlopend en gedocumenteerd proces van interne toetsing en controle.

Auteur:

Marleen Velthuis, werkzaam bij Loyens & Loeff en voorzitter van de VMR werkgroep milieucriminaliteit

 

Contactgegevens

ofni.[antispam].@milieurecht.nl

Tel: 073-2200484

KvK: 40479669

Privacy en disclaimer

Privacybeleid VMR

Disclaimer

Social media

Met dank aan