VMR blokje




Kennis­netwerk voor milieu-, water- en natuur­beschermings­recht 

Duurzame handel stuit op mededingingsrecht

Geplaatst op 01-04-2015  -  Categorie: Columns Mondiale duurzaamheid en recht  -  Auteur: Marga Robesin

Wat hebben kolencentrales, kolen en kippen met elkaar gemeen? Naast de beginletter ‘k’ nog twee punten.
Ten eerste zijn ze allemaal onderwerp van afspraken gericht op verduurzaming. In het SER Energieakkoord is afgesproken dat de vijf Nederlandse kolencentrales die dateren uit de jaren ’80 uiterlijk per 1 juli 2017 sluiten. [1]  In november 2014 is een ‘Convenant ten aanzien van verbeteringen in de steenkolenketen’ gesloten tussen ministers Kamp (Economische zaken) en Ploumen (Buitenlandse handel en Ontwikkelingssamenwerking) en energiebedrijven.[2] De ‘Kip van Morgen’ is een in februari 2013 gemaakte duurzaamheidsafspraak tussen producenten, verwerkers en supermarkten om het regulier geproduceerde kippenvlees in het basisassortiment van supermarkten (ook wel ‘plofkip’ genoemd) vanaf 2020 volledig te vervangen door duurzamer en diervriendelijker kippenvlees. Tot zover het goede nieuws.
Het tweede gemeenschappelijke punt is het slechte nieuws: de Autoriteit Consument en Markt (ACM) vindt al deze afspraken (of de oorspronkelijke versie daarvan) in strijd met het mededingingsrecht. Vooral de ACM analyse van de Kip van Morgen heeft veel stof doen opwaaien.[3] De ACM moet voorkomen dat bedrijven prijzen opdrijven door onderlinge afspraken en zo de consument benadelen. Op grond van artikel 6, derde lid, Mededingingswet en artikel 101, derde lid, van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie heeft de ACM de mogelijkheid om bedrijven vrijstelling te verlenen van de eis dat ze geen onderlinge prijsverhogende of aanbod beperkende afspraken mogen maken. Dat kan indien ze voldoen aan vier vrijstellingscriteria. In artikel 2 van de Beleidsregel Mededinging en Duurzaamheid is aangegeven welke voor duurzaamheid specifieke aspecten de ACM betrekt bij de beoordeling of dat het geval is.[4] Zo weegt de ACM ook de voordelen voor de gebruikers (consumenten) op de langere termijn mee. Desalniettemin konden alle drie genoemde afspraken niet de toets van de ACM doorstaan, omdat de ACM een beperkt (consumenten)welvaartsbegrip hanteert.[5]
Dit heeft verstrekkende gevolgen. Zo is de herkomsttransparantie over steenkolen, bedoeld om het gebruik van ’bloedkolen’ te voorkomen, beperkt tot de publicatie van een geaggregeerd overzicht.[6] Bovenal is de animo om duurzaamheidsafspraken te maken danig bekoeld. En dat terwijl de overheid de totstandkoming daarvan juist stimuleert.[7] Hoe nu verder? Minister Kamp schreef de Tweede Kamer op 19 maart 2015 dat hij het oordeel van de ACM over de Kip van Morgen ‘jammer’ vindt. Hij gaat onder meer onderzoeken ‘welke stappen gezet kunnen worden om de Europese Commissie (DG Mededinging) te bewegen dit onderwerp op te pakken’. Hij wil de Kamer dit voorjaar over zijn vervolgacties informeren.[8] Hopelijk zullen die leiden tot meer ruimte voor duurzaamheidsafspraken!


________________________________________
[1] SER Energieakkoord voor duurzame groei, september 2013, p. 97. 
[2] Stcrt. 12 december 2014, nr. 35885. Kamerstukken II 2014/15, nr. 195.
[3] Zie Analyse van ACM over 'Kip van Morgen'. 
[4] Besluit van de Minister van Economische Zaken van 6 mei 2014, nr. WJZ / 14052830, houdende beleidsregel inzake de toepassing door de Autoriteit Consument en Markt van artikel 6, derde lid, van de Mededingingswet bij mededingingsbeperkende afspraken die zijn gemaakt ten behoeve van duurzaamheid, Stcrt. 2014, 13375.
[5] Dat kan anders, betogen Gerbrandy en Claassen in “Bredere kijk op mededingingsrecht gewenst”, Me Judice, 24 februari 2015.
[6] Dit is een van de belangrijke onderdelen in het convenant, conform de motie Vos, Kamerstukken II 26485, nr. 180.
[7] Zie hierover het VMR preadvies Duurzame handel in juridisch perspectief.
[8] Kamerstukken II 28973, 164.