VMR blokje




Kennis­netwerk voor milieu-, water- en natuur­beschermings­recht 

Corona en milieurecht

Geplaatst op 11-05-2020  -  Categorie: Blogs  -  Auteur: Jonathan Verschuuren

De snelle mondiale verspreiding van de infectieziekte Covid-19 door het SARS-CoV-2 virus doet de wereld op zijn grondvesten schudden. Velen noemen het de grootste gezondheidscrisis sinds de Spaanse griep van 1918. Behalve een gezondheidscrisis is dit echter ook een milieucrisis. Milieuproblemen liggen immers ten grondslag aan de snelle opmars van infectiezieken in de afgelopen decennia.

Virussen zijn parasieten die leven in wilde dieren zonder dat die dieren daar iets van merken of last van hebben. Deze ‘thuisbasis’ van een virus wordt reservoir genoemd. Geschat wordt dat alleen al in zoogdieren 320.000 soorten virussen leven. Hiervan is nog maar een fractie (minder dan 6.000) ontdekt. De recentste ontdekking betreft dus SARS-CoV-2. Vermoed wordt dat virussen al bestaan zolang als er leven is op aarde. Ze worden pas schadelijk voor de mens en voor andere diersoorten (dan die waar het virus in thuis hoort, zijn reservoir) als ze op de een of andere manier uit dat reservoir ontsnappen en zich op allerlei zeer ingenieuze manieren verspreiden en vermeerderen. Het rabiës-virus, bijvoorbeeld, zet een hond aan tot het wild om zich heen bijten zodat het virus zich kan verspreiden, het SARS-CoV-2 virus kaapt het RNA-materiaal in menselijke cellen om zich snel te kunnen vermeerderen, en het influenza virus past zich steeds aan om het immuunsysteem te omzeilen.

Die ontsnapping en oversprong naar de mens wordt spillover genoemd. Zo’n spillover kan rechtstreeks van reservoir naar mens gaan, maar vaak gebeurt het via een tussenstap, bijvoorbeeld een varken, een paard, een kip, een hond. Dat wordt dan een gastheer genoemd, van waaruit het virus de mens infecteert. Soms fungeren insecten als overbrenger, vector, zoals bij malaria. Overigens springen behalve virussen ook bacteriën die dodelijke infectieziekten veroorzaken over van dier naar mens. Q-koorts en de ziekte van Lyme zijn daar voorbeelden van. Alle vanuit dieren afkomstige infectieziekten worden zoönosen genoemd.

Dit heb ik natuurlijk niet allemaal zelf uitgevonden, maar ontleen ik grotendeels aan het boek ‘Spillover’ (in het Nederlands uitgebracht onder de titel ‘Van dier naar mens’ door uitgeverij Atlas contact) van de Amerikaanse wetenschapsjournalist David Quammen. Hoewel dit boek al weer uit 2012 stamt is het ongelooflijk actueel. Het is een spannend en schokkend boek. Spannend omdat Quammen ons meeneemt op een reis over de wereld met wetenschappers die onderzoek doen naar virussen en virusziektes. Dit speurwerk is zeer risicovol en complex. Schokkend omdat Quammen (in navolging van tal van wetenschappers) al in 2012 vrij precies heeft voorspeld dat wat we nu meemaken stond te gebeuren. Hij verwijst zelfs naar een natte markt in China, waar wilde dieren worden verhandeld voor consumptie, als plaats van de oversprong en naar een corona-virus als een goede kandidaat voor de volgende pandemie. Schokkend ook omdat het boek je meeneemt langs allerlei andere uit dieren afkomstige infectieziekten en je doet realiseren dat we eigenlijk nog goed af zijn met SARS-CoV-2. Er zijn immers ook virussen die sterftecijfers onder geïnfecteerde mensen te zien geven van 70% of zelfs 100%. Zo bezien is het huidige corona-virus nog een relatief vriendelijk virus. Ik laat het aan uw fantasie over om te bedenken hoe de wereld er uit ziet met een pandemie van een virus met een sterftepercentage van 70%.

Het aantal zoönosen is de afgelopen decennia sterk toegenomen. Het bekendste voorbeeld is wel het Hiv-1 virus dat de ziekte AIDS veroorzaakt en een sterftecijfer van 100% van de geïnfecteerden heeft (indien onbehandeld). Na jaren van intensief speurwerk heeft men het reservoir ontdekt van dit virus, een bepaalde ondersoort van de chimpansee in Kameroen. Ook is ontdekt dat de oversprong al in 1910 heeft plaatsgevonden (door het slachten van een chimpansee om te dienen als ‘bushmeat’), al duurde het tot in de jaren 60 voordat het virus zich pas echt over de wereld ging verspreiden, met tot dusver naar schatting 39 miljoen doden en op dit moment nog altijd zo’n 38 miljoen geïnfecteerden. Maar we hadden ook SARS, MERS, Marburg, Nipah, Ebola, Hanta etc. Diverse soorten apen, vleermuizen, palmmarters en schubdieren bleken als reservoir te fungeren voor de virussen die deze besmettelijke ziektes veroorzaken.

De toename van het aantal infectieziekten afkomstig van dieren wordt geweten aan drie factoren. Ten eerste rukt de mens steeds verder op ten koste van de natuur en dan met name van het leefgebied waar de reservoir-soorten leven waardoor de mens wordt blootgesteld aan de daar levende virussen. Het zal duidelijk zijn dat vooral het slachten van wilde dieren voor consumptie een levensgevaarlijke activiteit is. In Wuhan veroorzaakte zo’n activiteit, waarschijnlijk door een 55-jarige persoon op 17 november 2019, de pandemie waar we nu in zitten.

Ten tweede omringen we ons met steeds meer varkens, koeien, kippen en andere dieren bestemd voor menselijke consumptie. Allemaal potentiële gastheren. Ten derde is het aantal mensen de laatste 100 jaar enorm toegenomen: van 2 miljard in 1927 naar 7,5 miljard nu, veelal woonachtig in steden, dicht bij elkaar. Bovendien zijn die mensen ook nog eens enorm reislustig en heeft globalisering de verspreiding van een virus sterk vereenvoudigd. De verwachting is dat een vierde factor ook een steeds belangrijkere rol gaat spelen in de snellere opkomst van zoönosen, en dat is klimaatverandering. Door klimaatverandering veranderen ecosystemen en gaan ook de virussen, met hun reservoir, gastheer of vector aan de wandel en kunnen zich zo verplaatsen naar gebieden waar ze eerst nog niet voorkwamen.

En zo zijn zoönosen dus een milieuprobleem en komt ook het milieurecht in beeld als een vakgebied dat een rol speelt bij het voorkomen, of in elk geval afremmen, van de verspreiding van gevaarlijke infectieziekten. Het zal duidelijk zijn dat het voorkomen van een oversprong de meest brongerichte maatregel is. Betere bescherming van natuurgebieden, tegengaan van stroperij, verbieden van handel in bush meat, en beperken van handel in wilde dieren zijn voor de hand liggende maatregelen waar veelal al juridische instrumenten voor bestaan. Die instrumenten zullen moeten worden aangescherpt en beter worden toegepast, zoals ook de Amerikaanse hoogleraar milieurecht Nicholas Robinson al in een blogpost schreef nog vóórdat het virus de VS had bereikt.

Daarnaast komt toch ook het houden van dieren weer in beeld. Het is de vraag of we de aanpak die nu wordt gekozen om ziektes als varkenspest, vogelgriep en Q-koorts tegen te gaan is vol te houden nu steeds duidelijker wordt dat we op een tijdbom zitten met veel nog niet ontdekte en potentieel levensgevaarlijke virussen. Ikzelf zie dit als nóg een argument, naast vervuiling van lucht, bodem en water en klimaat, om vleesproductie en consumptie te ontmoedigen door regulering.

Ook luchtverontreiniging blijkt een rol te spelen, in elk geval bij Covid-19. Inmiddels is er onderzoek dat een duidelijk verband bewijst tussen de mate van stikstof depositie in een gebied en het aantal dodelijke slachtoffers, zowel in Italië/Spanje/Frankrijk/Duitsland als in Engeland. De hypothese is dat door stikstof beschadigde longen slechter bestand zijn tegen deze ziekte. Ook fijnstof lijkt een rol te spelen. In de Verenigde Staten en Italië hebben onderzoekers ontdekt dat het virus fijnstof in de lucht gebruikt als taxi en zo zich gemakkelijker kan verspreiden. Het Amerikaanse onderzoek concludeert, bijvoorbeeld, dat een kleine toename van de blootstelling aan PM2.5 in een bepaald gebied tot een grote toename van het aantal Covid-19 doden in dat gebied leidt. Deze onderzoeken verklaren waarom juist gebieden met ernstige verontreiniging door stikstof en fijnstof, waaronder ook het oosten van de provincie Noord-Brabant met zijn grote veedichtheid, zwaar getroffen zijn. Luchtkwaliteitsregelgeving is derhalve zeer relevant voor de voorkoming van door virussen overgedragen ziekten. Dit alles laat maar weer eens zien dat in de natuur alles met elkaar samenhangt!

Verder kun je denken aan regelgeving die bedoeld is om, nadat een oversprong heeft plaatsgevonden, verspreiding van virussen te voorkomen. Te denken valt wellicht aan regels voor gebouwen en de ruimtelijke ordening, zoals regels met betrekking tot ventilatiesystemen om verspreiding door de lucht te voorkomen en beschikbaarheid van voldoende wasgelegenheid en desinfecterende spullen in de publieke ruimte. Tot slot zijn er natuurlijk allerlei bestuursrechtelijke aanpassingen nodig aan een ‘lockdown’-situatie, zoals de mogelijkheid om wettelijke termijnen aan te passen, fysieke terinzagelegging te vervangen door digitale, hoorzittingen en zittingen in rechtszaken te houden via Zoom, digitale besluitvorming door bestuursorganen mogelijk te maken, etc. Diverse spoedwetten worden daartoe momenteel al voorbereid. Handig ook voor de volgende pandemie. Het is namelijk zeker dat die gaat komen. Wetenschappers waarschuwen daar nu ook weer voor: ‘we leven in een chronische noodsituatie’.

 

Jonathan Verschuuren, hoogleraar internationaal en Europees milieurecht, Universiteit van Tilburg

(geplaatst op 9 april - update op 11 mei)